Winterkamperen - tips van ervaren kampeerders
Voor winterkamperen heb je in allereerste instantie een goede tent nodig. Alleen de heel primitieve kampeerders volstaan met een bivakzak of zelfgebouwde iglo, maar wat mij betreft is dit een andere tak van sport. Het overgrote deel van de tenten die je in juli en augustus op de camping in Frankrijk ziet staan zijn beslist ongeschikt voor sneeuwkamperen. In de sneeuw is het belangrijk dat een tent wordt gemaakt en verkocht als 4-seizoenentent.
Verschillen tussen 3 en 4-seizoenententen zitten 'm met name in isolatiewaarde, stormvastheid en sneeuwvastheid. Daarnaast spelen zaken als bevestigingspunten, speciale haringen, ventilatieopeningen en de dikte/kwaliteit van het materiaal een rol. Wintertenten zijn overigens altijd van kunstvezel (nylon/polyester) en niet van katoen.
Een 4-seizoenentent heeft voor het bereiken van een hoge isolatiewaarde meestal een soort 'luchtdichte' compartimenten tussen de binnen en buitentent. Dit wordt gedaan door gebruik te maken van dichte stoksleuven in plaats van lusjes, haakjes of mesh-achtig materiaal waarmee de binnentent aan de buitentent zit.
Omdat penharingen vaak moeilijk in slaan zijn (grond is hard bevroren of sneeuw is te zacht) zijn alternatieve haringen een goed idee. Aluminium hoekprofiel-haringen zijn al beter geschikt, maar je kunt ook denken aan ingegraven plastic zakjes gevuld met sneeuw of gewoon ski's, skistokken en/of pickels. Ook hebben we wel eens scheerlijnen aan ingegraven sneeuwschoenen gezet. In de sneeuw kun je afhankelijk van de situatie besluiten een gat te graven voor je tent of gewoon de sneeuw flink aanstampen totdat een min of meer vlakke plek is ontstaan. Ook zijn we wel eens gewoon met twee man op een in de poedersneeuw uitgespreid grondzeil gedoken. Succes niet echt gegarandeerd, maar het is wel leuk.

The North Face Himalayan 47, pickel als haring
Een ander belangrijk aspect van winterkamperen is ventilatie. De neiging bestaat om alle ritsen en klepjes potdicht te houden om het maar zo warm mogelijk te maken. Maar zodra iedereen in de warme slaapzak ligt trekt de temperatuur toch vrij snel omlaag, tot maar iets boven de buitentemperatuur. Belangrijkste reden om goed te ventileren is simpelweg zuurstof. De goede isolatie van een 4-seizoenentent kan er bij sneeuwval voor zorgen dat de 'natuurlijke' ventilatie via de open onderkant van het buitendoek dichtsneeuwt en dan kan het flink benauwd worden. Vooral als in de tent gekookt wordt of een gaslamp staat, raakt de zuurstof op een gegeven moment op. Andere reden is condens. Ademlucht, maar ook de brander en gaslamp bevatten veel water dat weg moet kunnen (ook al bevriest het meeste toch wel aan de binnenzijde van de buitentent).
4-Seizoenententen zijn beslist fors duurder dan de tenten bij de gemiddelde kampeerhal of de Aldi. Dat goedkoop in dit geval echter duurkoop is moge duidelijk zijn. In onze vriendenkring hebben we 5 wintertenten. De oudste twee zijn de klassieke 2-persoons North Face Westwind modellen, allebei al meer dan 10 jaar oud, maar ze zien er nog uit als nieuw. Daarnaast hebben we ook een andere klassieker in ons assortiment, de 3-persoons North Face VE25, die ook al meer dan 10 jaar in de catalogus staat. Tenslotte gebruiken we sinds enkele jaren een 4-persoons North Face Himalayan 47, waarin tijdens slecht weer 8 man kunnen kaarten. Voor alle duidelijkheid: The North Face is ons niet heilig, er zijn veel fabrikanten die goede wintertenten maken (Mountain Hardware, Hilleberg, MacPac, Fjallraven, etc.).

The North Face VE25, Westwind en
Himalayan47 op een rij
Denk er bij de aanschaf van een tent aan dat binnenruimte om te slapen, eventueel koken (bij voorkeur altijd buiten) en ook lange avonden binnen zitten met een boek, belangrijker is dan bagageruimte. Naar onze ervaring blijven de rugzakken meestal in de regenhoes gewikkeld gewoon in de sneeuw buiten liggen.
De slaapzak is een onderwerp van vele discussies op buitensportforums, zonder overigens een eenduidige conclusie. Waar de een zweert bij dons, komt een ander met de voordelen van kunstvezel.
Dons heeft als groot voordeel dat het licht is en erg klein kan worden opgerold, maar hierbij toch een grote isolatiewaarde biedt. Groot nadeel is echter dat het zijn isolatiewaarde snel verliest als het dons vochtig wordt, en het droogt niet erg snel. Ook biedt het aan de onderzijde weinig isolatie omdat het daar door je lichaamsgewicht wordt platgedrukt. Een goed matje dient voor isolatie aan de onderzijde te zorgen.
Kunstvezels zijn bij een gelijke isolatiewaarde zwaarder en vragen beduidend meer volume in de rugzak dan dons. Dit is gelijk het grootste bezwaar, want ze zijn minder gevoelig voor vocht, drogen sneller dan dons en bieden ook aan de onderzijde enige isolatie - overigens zonder dat dit een goed matje overbodig maakt.
Koop als het mogelijk is een slaapzak met de juiste comforttemperatuur. Vaak wordt aangegeven dat de comfortemperatuur X graden is, maar de minimum temperatuur een graad of 10 minder. Bij deze minuimum temperatuur bevries je nog net niet, maar heb je het zeker niet meer lekker warm. Andersom is overigens ook niet super, want een slaapzak tot -40 graden is bij 0 graden echt veel te warm, met zweten en een natte slaapzak als gevolg.

Klaarmaken voor de nacht -
donsslaapzakken
Een goed slaapmatje is van groot belang, zeker bij donsslaapzakken. Wij gebruiken zonder uitzondering self-inflatable matjes. De meesten van ons gebruiken de Thermarest Ultralight (180 x 50 x 2cm), maar daarbij is een folielaag onder het matje (zilver/goud kleurige reddingfolie) wel vaak als extra isolatie nodig. Een iets dikker matje is dan ook wel lekker, al kost dit meer ruimte in de rugzak (de Ultralight past precies in het bovenvak van de meeste rugzakken).
De vraag welke brander het beste voor winterkamperen is simpel: een benzine of multifuel brander. Gasbranders zijn minder geschikt. Butaangas (de blauwe blikjes) werkt nauwelijks bij temperaturen onder de 5 graden, en ook bij een butaan/propaan mengsel moet je rekening houden met langere kooktijden dan onder warmere omstandigheden.
Een goede benzinebrander werkt uiterst eenvoudig, is niet stuk te krijgen en doet het altijd. Neem wel altijd een onderhoudssetje mee, vooral een doorpriknaaldje (tegenwoordig ingebouwd in een aantal branders). Vooral loodvrije (auto-) benzine veroorzaakt nogal wat roet bij voorverwarmen. Voorbeelden van geschikte branders zijn de MSR Whisperlight, Dragonfly of XGK.
Zorg in de sneeuw voor twee zaken rondom je brander: een windscherm (aluminium) én een onderzetter. De onderzetter zorgt ervoor dat de brander niet te snel wegzakt in sneeuw of bevroren grond. Je kunt speciale onderzet-platen kopen bij je brander, of gewoon een deksel van een pan, een metalen bord of een grote kei gebruiken.
Benzinebranders moeten voor gebruik goed worden voorverwarmd. Je kunt dit doen met benzine, maar dit veroorzaakt veel vuur en rook (nooit in de tent dus!) en bovendien roet. Ook is het slecht voor het milieu. Je kunt daarom ook een klein flesje ethanol gebruiken dat je in de schotel giet en aansteekt. Bij gebruik van meerdere branders kun je nog eenvoudiger de ene brander met de andere opwarmen, gewoon door ze op elkaar te zetten (alleen bij losse brandstoftank natuurlijk). Deze laatste methode werkt verreweg het best en snelst.
Een beter alternatief dan loodvrije autobenzine is Coleman fuel (of andere zgn. white fuel). Je auto doet het hier niet goed op, maar voor koken is het beter geschikt vanwege het ontbreken van allerlei (schadelijke) stoffen die alleen voor een auto belangrijk zijn. Het brandt veel schoner (minder roet) en is beter geschikt om mee voor te verwarmen. Bovendien is het beter voor het (tent-) milieu. Coleman fuel is echter minder makkelijk te krijgen dan loodvrij, maar bij de meeste buitensportzaken in Nederland en daarbuiten kun je het kopen.
De hoeveelheid mee te nemen brandstof hangt af van veel factoren. Het belangrijkste zijn de omstandigheden: is er vloeibaar water (beekjes) of ben je aangewezen op het smelten van sneeuw en/of ijs? In het laatste geval heb je minstens dubbel zoveel brandstof nodig als in het eerste. Ook geldt: hoe hoger in de bergen, hoe meer brandstof. Maar met ongeveer 100 (minimum) tot 200 (maximum) ml benzine per persoon per dag kom je een heel eind. Let op: voor gas en ethanol branders gelden wellicht heel andere maatstaven, ik heb hier geen ervaring mee. Ook geldt dat je beter te veel dan te weinig brandstof mee kunt hebben, ondanks het gewicht.

MSR Whisperlight. Met windscherm en
een tweede pan als deksel
Als je sneeuw smelt voor drinkwater, begin dan met een klein beetje water uit je veldfles of smelt eerst een kleine sneeuwbal. Het proces wordt aanzienlijk versneld en kost minder brandstof als er al een beetje water in de pan zit (ook al is het ijskoud water). Hetzelfde geldt voor het smelten van ijs. Laat het water vervolgens direct goed doorkoken om te ontsmetten. Ga vervolgens door om meteen alle thermosflessen te vullen. Na het avondeten vul je de flessen voor de nacht, na het ontbijt voor koffie en voor de flessen onderweg.
Tenslotte: Open vuur als alternatief/aanvulling op een brander? Persoonlijk ben ik geen groot voorstander van open vuur op wildkampeerplekken (op campings is het sowieso vrijwel altijd verboden). Je laat dan een hoop schadelijk materiaal achter in het lokale milieu, je kleren gaan er vies van ruiken, er vliegen vonken over je dure nylon outdoor spulletjes en je maakt jezelf bijzonder zichtbaar. In de meeste van onze tochten was dit echter nooit een punt van discussie, gewoon omdat er nergens in de omgeving brandhout aanwezig was en ook de grootste pyromanen onder ons niet met houtblokken in de rugzak willen rondlopen.
Sommige van onze deelnemers noemen onze winterkampeertochten ook wel 'vreetreizen'. Meestal slaat dit meer op het begin- en afscheidsdiner dan op het eten tijdens de tochten, alhoewel we met de groep elk jaar weer in staat blijken om een enorme verscheidenheid aan eten mee te sjouwen.
Eten en drinken zijn tijdens wintertochten van levensbelang. Vergeet je afslankdieet en denk alleen nog maar aan calorieen. Het is zeer waarschijnlijk dat je op een meerdaagse tocht sowieso meer calorieen verbrandt dan dat je opeet, ook al lijkt het soms een vreetfestijn. Let daarom bij de selectie van je eten vooral op een maximum aan calorieen tegen een zo laag mogelijk gewicht. Een pot pindakaas is zwaar, maar je smeert er honderden crackers mee in en bevat veel meer calorieen dan een pot jam. Daarnaast zijn kaas, vette/droge worst en candybars of energyrepen erg efficient en bovendien makkelijk te eten met handschoenen.
Voor je (warme) maaltijden moet je niet alleen letten op calorieen, maar ook op de kooktijd. Maaltijden die lang moeten koken (groenten) zijn minder geschikt. Niet alleen vanwege brandstofverbruik, maar ook omdat je zo kort mogelijk buiten wilt koken. Tijdens het wachten tot je pasta na 15 minuten al dente is krijg je het behoorlijk koud. Je wilt graag kort koken, snel eten en snel de partytent of je slaapzak in. Maaltijden bij de buitensportzaak zijn om al deze redenen het meest geschikt. Lichtgewicht, hoogcalorisch en er hoeft alleen heet water bij. Een klont boter erdoorheen zorgt er voor dat je het makkelijker kunt doorslikken en vult gelijk je vetgehalte wat aan.

Dit is lekker als warm ontbijt - just add water
Goed drinken is even belangrijk als voldoende eten. Zeker tijdens bergtochten merk je niet dat je veel vocht verliest en in de kou is een koude slok water niet altijd even comfortabel. Drink echter toch voldoende. Gebruik ook elke gelegenheid om je watervoorraad bij te vullen, bijvoorbeeld bij een waterval of snelstromend beekje, of bij een kraan in een dorp. Elk moment dat er warm water wordt gemaakt voor eten (zowel bij ontbijt, lunch en avondeten) kun je goed alle flessen weer vullen met doorgekookt water.

Water uit de rivier, wel even doorkoken
Om calorieen aan je drinken toe te voegen kun je energiedrink-korrels of poeder (bijvoorbeeld ice-tea korrels) aan je veldfles toevoegen. Is ook lekkerder dan gewoon water. Ook kun je een aantal zakjes oploskoffie (of chocolade) bij het warme water in je thermosfles gooien. Kun je bij elke korte pauze een lekkere warme slok koffie drinken.
Officieel is alcohol tijdens deze tochten taboe, maar om een of andere reden lijken maar weinigen van ons zich dat aan te trekken. We hebben altijd wel een of twee flessen single malt of kruidenbitter bij ons, al is dat in een groep van acht man niet echt genoeg om gevaarlijk dronken van te worden. Drink echter niet tijdens het lopen of als je het al koud hebt. Er is niets tegen een slok whisky voor het slapen gaan, maar zoals met alles: altijd met mate(n).
Dan nog even iets over borden, kopjes en bestek. Bij het kopen of kiezen hiervan voor wintertochten denk dan aan twee zaken:
1 - Warmtegeleiding. Hoe groter de warmtegeleiding van het materiaal, hoe sneller je eten afkoelt. Een metalen bord zorgt voor snel koud eten, zeker als je je bord op kop af en toe even wilt neerzetten in de sneeuw. Bovendien moet je bij metaal oppassen met blote handen. Voor je het weet zitten je vochtige vingers aan je bord vastgevroren. En helemaal goed uitkijken met je bord aflikken! Alles van plastic is daarom het beste.
2 - De mogelijkheid om het goed vast te houden. Lijkt overdreven, maar met dikke handschoenen aan is dit lastiger dan je denkt en je wilt je kostbare eten en drinken niet laten vallen. Handvaten zijn daarom aan te bevelen. Plastic lapmokken en lapborden zijn ideaal vanwege het goede handvat. Een lapbord is daarnaast een goede schep om sneeuw mee te scheppen.

Plastic bekers met handvat in de kampkeuken
Tijdens wintertochten zijn er enkele simpele basisregels voor kleding:
1 - Laagjes
2 - Blijf droog
Zorg dat je ten alle tijden
droog blijft, vooral je voeten. Je schoenen dienen 100% waterdicht te zijn.
Leer, Gore Tex, kunststof is allemaal prima, als het maar waterdicht is. Een
dikke rubberzool is ook goed voor isolatie. Eventueel kun je winterschoenen of
toendralaarzen dragen, als het maar waterdicht is. Denk ook aan bescherming
van je enkels. Een hoge B of liever nog B/C of volledig C schoen is in
bergachtig gebied aan te bevelen. Oude legerkisten zijn vanwege de dunnere
zool niet echt geschikt. Overigens kun je met alle typen (hoge) schoenen op
sneeuwschoenen lopen. Zodra je stijgijzers onder doet moet je een B/C of
liever nog stijgijzervaste C schoenen hebben. Laat je hierover goed informeren
bij een goede buitensportzaak.
Droge kleding zorgt er voor dat je warm blijft. Trek daarom na een inspannende wandeling, voordat je gaat eten en slapen, een droog shirt aan en een extra laagje of een extra warme jas (extra donsjack). Eenmaal in de slaapzak is het fijn om ook droge sokken aan te trekken.
Draag in de sneeuw goede gamaschen. Deze houden een groot deel van je schoenen droog en zorgen ervoor dat het er niet van de bovenkant inloopt. Ook (smelt) water dat van je jas en broek loopt komt zo niet in de schoenen. Gebruik bij voorkeur een ademende stof, maar in elk geval iets dat goed waterdicht is.

Gamaschen
4 - Hou je hoofd koel
Je verliest 30% van de warmte via je hoofd. Bedek je hoofd goed, ook 's nachts in je slaapzak.
Hoofddeksels zijn tevens de makkelijkste kledingstukken om je temperatuur mee
te reguleren. Muts op, muts af.
Tijdens onze derde wintertocht in Schotland (2005) hebben we voor het eerst sneeuwschoenen meegenomen. We werden geinspireerd door diverse sneeuwschoenwandelaars die ons in de Ardennen in 2003 telkens inhaalden. In 2004 werden we hier aan herinnerd toen we door diepe sneeuw in de Lairig Ghru ploeterden. Nadat we in 2005 op huurmateriaal hadden gelopen, hadden diverse deelnemers in 2006 inmiddels hun eigen sneeuwschoenen aangeschaft. Ook in 2007 zal het grootste deel van de tocht op sneeuwschoenen worden afgelegd.
Een sneeuwschoen is een soort 'tennisracket' die je met riemen onder je gewone bergschoen bindt. Er zit een scharnier bij de teen terwijl de hak meestal los zit. De sneeuwschoen scharniert daardoor tijdens het lopen, net als een langlauf- of tourski. Bij sommige modellen kun je de hak vastzetten, wat onder bepaalde omstandigheden (bijvoorbeeld afdalen) prettig kan zijn.
Waar moet je op letten bij de aanschaf van deze 'tennisrackets' onder je bergschoenen? Ten eerste is het van belang te weten wat voor soort tochten je gaat lopen. Is het veelal vlak, dan zijn lange sneeuwschoenen met een groot draagvermogen prettig. In bergachtig terrein zijn iets kortere, of instelbare sneeuwschoenen met goede ijzeren punten aan de onderzijde het prettigst. Voor het steilste klimwerk zijn speciale 'klim-sneeuwschoenen' te koop, waarbij onder de losse hak een soort verhoging kan worden opgeklapt zodat de sneeuwschoen schuin onder de schoen zit, in de zogenaamde 'stijgstand'. Dit is erg prettig.
Een tweede factor is het gewicht van de gebruiker. Hoe zwaarder de persoon, hoe langer de sneeuwschoen. Denk bij het kopen aan de extra 20 tot 25 kilo die je bij je hebt op rugzaktochten. Ook hier kun je denken aan verstelbare lengten, waarbij je de sneeuwschoen in diepere sneeuw kunt verlengen.

MSR Denali Classic sneeuwschoenen onder de bergschoenen
In principe zijn er twee basisvarianten van de sneeuwschoen. Ten eerste de klassieke frame sneeuwschoen, waar het draagvermogen ontstaat door een opgespannen sterk kunststof 'zeil' in een aluminium frame. Daarnaast is er de volledig harde kunststof sneeuwschoen. Tijdens onze tochten gebruiken verschillende personen beide varianten, zonder dat we tot nu toe belangrijke voor- of nadelen van deze beide varianten hebben ontdekt. De vol kunststof varianten zijn iets lichter, en alleen deze varianten bieden verlengstukken voor diepe sneeuw. Ook zijn alleen bij deze typen varianten met vaste hak verkrijgbaar.
Tijdens het lopen heb je geen 'last' van de sneeuwschoenen en het vergt ook geen bijzondere training of gewenning. Je loopt op dezelfde manier als zonder sneeuwschoenen, alleen heb je plots veel meer grip en zak je minder ver weg in de sneeuw. In principe gebruik je voor extra evenwicht altijd skistokken bij het lopen op sneeuwschoenen, al hoeft dit niet per sé.

MSR Denali met verlengstukken. Op de achtergrond frame-sneeuwschoenen
Vereisten aan navigatie zijn in de winter nagenoeg hetzelfde als in de zomer, al zijn er kleine verschillen. Ten eerste is het landschap in de sneeuw moeilijker te 'lezen'. Veel herkenningspunten zoals paden, riviertjes en zelfs meertjes verdwijnen onder een gladde laag sneeuw en ijs. Het is belangrijk om gedetailleerde kaarten te hebben, waar bijvoorbeeld hoogtelijnen, bergtoppen, bosranden en zelfs grote rotsblokken duidelijk op staan aangegeven. De schaal is idealiter 1:25,000 of eventueel 1:50,000. Denk eraan dat een kaart zonder kompas weinig waard is. Enige ervaring met kaartlezen of eventueel een cursus navigeren kan uiteraard geen kwaad.

Routeplanning voor vertrek
Beter nog is om kaart en kompas aan te vullen met een handheld GPS apparaat. Denk eraan dat in koude omstandigheden de batterijen veel sneller leeg zijn dan bij temperaturen boven nul. Berg het apparaat dan ook onder een laagje kleding weg als je het niet gebruikt. Dit geldt uiteraard ook voor je digitale camera en/of mobiele telefoon). Vertrouw nooit op alleen een GPS. Een kaart en kompas doen het altijd. En als je een nieuwe GPS hebt, oefen er dan eerst thuis veel mee. Je wilt in de kou niet met de gebruiksaanwijzing lopen modderen.
In sneeuwstormen, dichte mist (white out) in de bergen zijn goede navigatie-skills van levensbelang. Soms zie je rotsrichels of afgronden pas als het te laat is. Houd in deze situaties de groep binnen zichtafstand en zet zorgvuldig kompaskoersen of waypoints uit van het ene bekende punt naar het andere. Doe je dit niet, of kijk je niet vaak genoeg op kompas of GPS scherm, dan ga je vanzelf rondjes lopen. Geloof me, het is ons al eens gebeurd, ondanks onze moeite om het goed te doen.
In de winter is het van het grootste belang je op alle weersomstandigheden voor te bereiden. Als het weer omslaat kan het in de winter direct erg extreem zijn. Met al je goede equipment (zie paklijst) ben je hier uiteraard op voorbereid, maar er is meer. Vanwege de korte dagen is het bij elke routebeslissing goed om alvast te checken wat uitwijkmogelijkheden zijn en waar eventueel een schuilplaats of kamp gemaakt kan worden in geval het plan niet kan worden uitgevoerd. Ga bijvoorbeeld niet om 4 uur 's middags nog van de vallei een steile helling op op weg naar een top.
De balangrijkste reden voor dit hoofdstuk echter is de kans op lawines bij veranderende omstandigheden. Check altijd de lokale lawineberichten en mijdt de daar genoemde hellingen. Bergwandelen in lawinegebied is bijzonder gevaarlijk en vergt ervaring (die wij met onze groep in elk gaval niet hebben) en bovendien moet je kunnen omgaan met lawine-opsporingsmateriaal. Neem in dat geval lawinezenders en ontvangers mee voor alle groepsleden (zgn. lawinepieps) en ook meerdere sets lawinestokken en sneeuwscheppen. Persoonlijk lijkt me dat echter een hoop extra gewicht dat je liever niet hebt. Dus als je het niet vertrouwd of er niet genoeg van af weet, blijf dan weg van deze hellingen.
Denk ook aan bescherming tegen mooi weer. Als de zon schijnt op een besneeuwd landschap bestaat het gevaar voor sneeuwblindheid. Een zonnebril, maar ook zonnecreme en lippenbalsem zijn onmisbaar.
In regenachtig weer kan het fijn zijn een pet te dragen (vooral voor brildragers aan te bevelen). Zorg er daarnaast voor dat je je kaarten in een waterdichte map bewaart, met het benodigde deel naar buiten gevouwen. Denk ook aan een regenhoes voor je rugzak en zorg ervoor in elk geval al je kleding en je slaapzak in plastic tassen of hoezen in je rugzak te hebben. Je rugzak is niet waterdicht, wat ze je bij aankoop in de winkel ook hebben gezegd.