Winterexpedities

Trekken en kamperen in de sneeuw. Voor de meesten van ons vooral bekend van televisie, als beelden van expedities naar poolgebieden of hoge bergtoppen. Het zijn veelal geharde en goedgetrainde mannen in felgekleurde poolkleding die tijdens hun barre tochten hun tentjes opzetten temidden van sneeuw en ijs. Voor de meeste mensen een prachtige, maar vreemde en vijandige wereld, bij voorkeur op televisie te bekijken vanuit het comfort van een warme woonkamer. Zeker niet iets om voor je plezier eens uit te proberen.

Zonder het zich te beseffen missen deze warme televisiekijkers een prachtige onbekende wereld. De mooiste wandelgebieden – ook die in de zomer drukbezocht zijn – liggen er in de winter uitgestorven bij. De weinigen die er dan toch op uit trekken komen terecht in een prachtige sprookjesachtige winterwereld, waar de gemiddelde Franse skipiste of Hollands winterlandschap maar schraal tegen afsteken.

Uiteraard vergt een winterexpeditie een goede voorbereiding. Je moet rekening houden met het weer en de omstandigheden van de tocht, dus enige wat basiskennis van meteorologie en in de bergen wat kennis van lawinegevaar zijn onmisbaar. Het vergt een goede kennis van navigatie, doordat paden en routemarkeringen door sneeuw onzichtbaar zijn geworden. Daarnaast stelt een winterse tocht hoge eisen aan kleding en uitrusting. Als je je hier goed op voorbereidt gaat er een prachtige nieuwe wereld van bijzondere landschappen en een nieuw gevoel van wildernis voor je open. Een verslaving voor het leven!

Dit boekje is bedoeld als eerste introductie en ter voorbereiding van meerdaagse winterexpedities, met een nadruk op Arctische bestemmingen. Het beschrijft de specifieke kleding- en materiaaleisen voor tochten onder koude omstandigheden. Hierbij wordt ook ingegaan op hoe je lichaam omgaat met kou en hoe je met kleding, eten en drinken moet omgaan. Het beschrijft op welke zaken je moet letten tijdens het voorbereiden van een tocht en enige basiskennis van navigatie, winterweer en lawines.

Planning

Voorbereiding

Een goede voorbereiding is het halve werk en het dubbele plezier. Een winterexpeditie vergt een goede en zorgvuldige planning. Zorg dat je je goed inleest in het te bezoeken gebied en koop wat boekjes en gedetailleerde wandelkaarten. Let hierbij op de (meest extreme) weersomstandigheden tijdens de geplande tochtperiode, vervoermogelijkheden en de bereikbaarheid van reddingsdiensten. Let in heuvel/bergachtige gebieden ook op lawinegevaar en hoe je aan lawinewaarschuwingen kunt komen.

Een belangrijke factor in de winter is het beschikbare daglicht. Denk er bij tochten in december en januari aan dat het in het noorden relatief lang donker is en boven de poolcirkel gedurende enkele weken helemaal nooit licht wordt. Een wintertocht in het donker is gevaarlijker en kouder dan een tocht die grotendeels in het zonnetje plaatsvindt. Check je bestemming op zonsopkomst en –ondergangstijden. Neem altijd goede verlichting mee (hoofdlamp, zaklamp en eventueel een gas/benzinelamp). Je zult regelmatig in het donker moeten koken.

Selecteer vervolgens de spullen die je nodig hebt en controleer deze op goed functioneren. Schroef je brander nog eens uit elkaar en test deze grondig. Check de stokken en haringen van je tent en alle ritsen van je kleding. Zorg ervoor dat je voldoende reserveonderdelen en het nodige gereedschap in je tas stopt. Kijk vervolgens naar de spullen die je eventueel nog moet kopen en ga op tijd naar de buitensportzaak, zodat eventuele zaken nog besteld kunnen worden. Als je spullen wilt huren reserveer deze dan tijdig, zodat je zeker weet dat het spul beschikbaar is als je het nodig is.

Last but not least: zorg ervoor dat je goed verzekerd op pad gaat. Over het algemeen valt winterhiking en winterkamperen niet onder een standaard (doorlopende) reisverzekering en ook niet onder een wintersportverzekering. Check even je plannen met je verzekeringsmaatschappij en zorg dat zaken als search en rescue per helicopter goed gedekt zijn. Omdat je vaak buiten de gebaande paden gaat zul je een speciale adventure, survival of bergsport verzekering nodig hebben.

Gebiedskeuze

Voor winterkamperen is er eigenlijk maar één voorwaarde: het moet winter, of in elk geval een koude periode zijn. Verder kan het overal. Zelfs in Nederland zijn goede mogelijkheden, bijvoorbeeld op natuurkampeerterreinen en bij de kampeerpalen van Staatsbosbeheer. Dit zijn prima en veilige plaatsen om eens een nachtje te proberen, op korte afstanden van parkeerplaatsen en bewoonde gebieden.

Voor een iets extremere ervaring hoef je ook niet gelijk naar de Noordpool. In heuvelachtige gebieden in de Ardennen of in het Sauerland zijn prachtige sneeuwtochten te maken. Denk er wel aan dat wild kamperen in de meeste Europese landen verboden is. Als je graag echt in de natuur wilt bivakkeren en het echte Arctische expeditiegevoel wilt ervaren dan zul je plekken moeten opzoeken waar wildkamperen in ongerepte gebieden is toegestaan, zoals Schotland, Scandinavië, IJsland of Groenland. Check wel altijd de lokale regels voor wildkamperen. Deze kunnen van tijd tot tijd verschillen: soms is een gebied bijvoorbeeld niet toegankelijk tijdens het jachtseizoen.

Verder hangt je gebiedskeuze natuurlijk af van het soort tocht dat je wilt ondernemen. Voor een korte introductietocht zijn gebieden in de buurt van Nederland prima geschikt. Wil je op sneeuwschoenen lopen dan zul je naar wintersportgebieden of Scandinavië moeten gaan. Voor tochten per ski is Scandinavië de beste keuze. Voor beklimmen van winterse toppen zijn de Alpen prima geschikt, maar denk ook aan de Munro’s (toppen boven de 3.000 voet) in Schotland, of de bergen in Scandinavië.

Voor de echte poolervaring zul je de gebieden ten noorden van de Poolcirkel moeten opzoeken. Denk hierbij dan wel aan het zeer beperkte daglicht in december en januari, dus de periode februari tot en met april of zelfs mei is hiervoor een betere keuze.

Weersomstandigheden

In de winter is het van het grootste belang je op alle weersomstandigheden voor te bereiden. Als het weer omslaat kan dit in de winter direct erg extreem zijn. Met al je goede spullen ben je hier uiteraard op voorbereid, maar er is meer. Vanwege de korte dagen is het bij elke routebeslissing goed om alvast te checken welke uitwijkmogelijkheden er zijn en waar eventueel een alternatieve schuilplaats of kamp kan worden gemaakt. Ga bijvoorbeeld niet om 4 uur 's middags nog van de vallei een steile helling op naar een top.

Denk in de winter ook aan bescherming tegen mooi weer. Als de zon schijnt op een besneeuwd landschap bestaat het gevaar voor sneeuwblindheid. Een zonnebril, maar ook zonnecrème en lippenbalsem zijn onmisbaar.

Het andere uiterste is harde wind en sneeuwstormen. Zeker gebieden rond de Atlantische Oceaan worden regelmatig getroffen door winterstormen. Je kleding moet je tegen deze zaken beschermen, maar denk ook aan goede gezichtsbescherming. Je hoeft ook niet echt bang te zijn voor dit extreme weer. Als je kleding goed is, is het een aparte en bijzondere ervaring om in deze omstandigheden te verkeren. Een bijzonder fenomeen dat tijdens wind en sneeuw (ook in mist) veel optreedt is de white out. Bij dit weer gaat de horizon onzichtbaar over in de lucht en lijkt de hele omgeving op te gaan in een desoriënterende witte brij, waarbij het landschap volledig verdwijnt en je niet ziet of je volgende stap omhoog of omlaag voert. Goede navigatie-skills en precies weten waar je bent zijn in dit geval essentieel!

In regenachtig weer kan het fijn zijn een pet te dragen (vooral voor brildragers aan te bevelen). Zorg er daarnaast voor dat je je kaarten in een waterdichte map bewaart, met het benodigde deel naar buiten gevouwen. Denk ook aan een regenhoes voor je rugzak en zorg ervoor in elk geval al je kleding en je slaapzak in plastic tassen of hoezen in je rugzak te hebben. Je rugzak is niet waterdicht, wat ze je bij aankoop in de winkel ook hebben gezegd.

Een belangrijke reden om het weer in de winter goed in de gaten te houden is het gevaar voor lawines. Lees hierover meer in de volgende paragraaf.

Navigatie

Vereisten aan navigatie zijn in de winter nagenoeg hetzelfde als in de zomer, al zijn er kleine verschillen. Ten eerste is het landschap in de sneeuw moeilijker te 'lezen'. Veel herkenningspunten zoals paden, riviertjes en zelfs meertjes verdwijnen onder een gladde laag sneeuw en ijs. Het is belangrijk om gedetailleerde kaarten te hebben, waar bijvoorbeeld hoogtelijnen, bergtoppen, bosranden en zelfs grote rotsblokken duidelijk op staan aangegeven. De schaal is idealiter 1:25,000 of eventueel 1:50,000. Denk eraan dat een kaart zonder kompas weinig waard is. Enige ervaring met kaartlezen of eventueel een cursus navigeren kan uiteraard geen kwaad.

Beter nog is om kaart en kompas aan te vullen met een handheld GPS apparaat. Denk eraan dat in koude omstandigheden de batterijen veel sneller leeg zijn dan bij temperaturen boven nul. Berg het apparaat dan ook onder een laagje kleding weg als je het niet gebruikt. Dit geldt uiteraard ook voor je digitale camera en/of mobiele telefoon). Vertrouw nooit op alleen een GPS. Een kaart en kompas doen het altijd. En als je een nieuwe GPS hebt, oefen er dan eerst thuis veel mee. Je wilt in de kou niet met de gebruiksaanwijzing lopen modderen.

In sneeuwstormen of dichte mist (white out) in de bergen zijn goede navigatie-skills van levensbelang. Soms zie je rotsrichels of afgronden pas als het te laat is. Houd in deze situaties de groep binnen zichtafstand en zet zorgvuldig kompaskoersen of waypoints uit van het ene bekende punt naar het andere. Doe je dit niet, of kijk je niet vaak genoeg op kompas of GPS scherm, dan ga je vanzelf rondjes lopen.

Lawinegevaar

Een combinatie van sneeuw en hellingen is altijd aanleiding om rekening te houden met lawinegevaar. Hierbij geldt dat een goede voorbereiding en enige basiskennis van het weer en de risicofactoren de meeste risico’s kunnen wegnemen. Check voor vertrek altijd de lokale lawineberichten en mijdt de daar genoemde hellingen. In geval van twijfel (of te geringe kennis) loop je altijd om het twijfelachtige gebied heen.

Bergwandelen in gebieden met lawinegevaar is bijzonder gevaarlijk en vergt specialistische ervaring. En ook met enige basiskennis en lage risico’s is het onverstandig om zonder lawine-opsporingsmateriaal (en kennis van het gebruik hiervan!) op pad te gaan. Als je in een groep naar lawinegebied gaat beschik je dus altijd over meerdere personen met lawinekennis (eentje is niet voldoende in geval deze in een lawine raakt) en opsporingsmateriaal voor elk lid van de groep.

Dit materiaal bestaat uit lawinezenders en ontvangers voor alle groepsleden (zgn. lawinepieps) en ook meerdere sets lawinestokken en sneeuwscheppen. Maar ook uitgerust met dit materiaal geldt dat voorkomen beter is dan genezen, dus blijf risico’s mijden.

Hoe groot het lawinegevaar in een bepaald gebied is hangt af van een groot aantal factoren. Uiteraard moet er in elk geval een paar centimeter sneeuw liggen en moeten er hellingen zijn. Vooral hellingen boven 25 graden zijn gevaarlijk. De Schotse Lawinedienst hanteert de volgende zes praktische factoren voor het inschatten van lawinegevaar ter plekke:

 Natuur en milieu

Een belangrijk onderdeel van een winterexpeditie is het zorgen voor een minimale impact op natuur en milieu. Wat dit betekent is eenvoudig samen te vatten in de volgende wijsheid:

In normaal Nederlands kan deze wijsheid worden vertaald naar de volgende uitgangspunten:

Wintertochten tochten vinden voor een groot deel plaats in kwetsbare natuurgebieden, in streken waar de effecten van de klimaatverandering duidelijk zichtbaar zijn. Deze gebieden moeten alleen worden bezocht als we ons hiervan duidelijk bewust zijn en er respectvol mee omgaan.

Deze gids gaat niet over survival of bushcraft skills met behulp van materialen uit de natuur. Kennis van overleven in de natuur is natuurlijk goed, maar met moderne high-tech expeditie materialen kunnen we tegenwoordig prima en vrij comfortabel overleven zonder gebruik te hoeven maken van deze kwetsbare natuurbronnen.

Ontmoetingen met dieren

Tijdens een tocht in de winter kun je veel bijzondere dieren tegenkomen. Het is een bijzondere ervaring om te zien hoe veel dieren zich aan de extreme omstandigheden aanpassen en op deze plaatsen schijnbaar eenvoudig overleven.

In de meeste Noord-Europese gebieden kun je poolhazen en poolvossen tegenkomen. Deze zijn in de zomer bruin of grijs en krijgen in de winter een prachtig witte vacht. Ze zijn uiteraard niet gevaarlijk, al willen poolvossen nog wel eens proberen de voedselvoorraad uit je kamp te stelen. Zorg dus dat je eten veilig ligt voor kleine vossenpootjes.

Op sommige plaatsen moet je ook rekening houden met potentieel gevaarlijke dieren. Het is altijd een goed idee om je voor te bereiden op welke dieren eventueel gevaarlijk kunnen zijn en hoe je hiermee om moet gaan. Het belangrijkste gevaarlijke dier in de poolgebieden is de ijsbeer. Deze komt voor op Spitsbergen en andere eilanden in de Noordelijke IJszee, op Noord Groenland en in Canada. Als je naar een ijsbeergebied reist neem dan altijd een lokale gids mee die ervaring heeft met deze dieren.

In heel Scandinavië komen elanden voor, vooral in de bossen en bosranden. Als je deze ziet blijf dan uit de buurt en zorg dat je iets over deze dieren afweet. Ook zul je in deze gebieden rendieren (in Canada bekend als caribou) tegenkomen, die eigenlijk nooit gevaarlijk zijn voor mensen.

In Noorwegen, Groenland en Canada komen kuddes muskusossen voor, een typisch Arctisch soort langharig rund. Ook hier geldt dat je zoveel mogelijk afstand moet bewaren van deze grote dieren, er zijn wel eens mensen aangevallen. De muskusos geeft duidelijke blaassignalen af wanneer je te dichtbij komt. Neem in dat geval meer afstand.

Teamwerk

Een winterexpeditie doe je niet alleen. Alleen in een groep kun je de meest afgelegen gebieden en mooiste toppen bereiken. Je deelt niet alleen de ervaring, maar ook de lasten. Letterlijk door het samen dragen van gemeenschappelijk materiaal zoals tenten, kookgerei en voedsel. Figuurlijk door het delen van de vele taken die bij een expeditie horen, zowel in voorbereiding als uitvoering.

Het succes en het plezier van een expeditie is sterk afhankelijk van de leden van het expeditieteam. Het met aandacht samenstellen van het team en het goed verdelen van taken en verantwoordelijkheden is dan ook een belangrijk onderdeel van de voorbereiding van de expeditie. Het is goed om hierbij zoveel rekening te houden met ieders fysieke en mentale voorkeuren. Verdeel de taken zoveel mogelijk op basis van deze persoonlijke voorkeuren en zorg er voor dat mensen ook de juiste skills bezitten om deze taken goed te kunnen uitvoeren.

Zorg er bijvoorbeeld voor dat iemand die het leuk vindt om routes uit te zoeken ook om kan gaan met navigatie hulpmiddelen als kaart, kompas en GPS. En laat iemand die graag kookt eens nadenken over culinaire hoogstandjes die bij -10oC op een of twee kleine brandertjes kunnen worden klaargemaakt en laat deze persoon de inkopen hiervoor doen.

Professionele expeditieteams maken soms gebruik van op psychologie gebaseerde teambuilding methodieken. Door middel van deze tools kan al voor het begin van de expeditie worden bekeken waar mentale krachten en zwakten van personen liggen en hoe het team hier zo goed mogelijk mee kan omgaan. Voorbeelden van deze methoden zijn MBTI (Myers-Briggs Type Indicator), Big5, DISC, Insights, Belbin Team Roles, MTRi (Management Team Role indicator), Enneagram, etc.

Expedities zitten vol met mogelijke stressmomenten, als iemand geblesseerd raakt, het weer erg tegenzit of doelen onbereikbaar blijken (bijvoorbeeld afgeblazen toppogingen). Het is belangrijk van te voren in te schatten hoe expeditieleden hierop zullen reageren en hoe het team deze situaties zal oplossen. Dergelijke analyses en oefeningen dragen substantieel bij aan het plezier in de expeditie.

Materiaal

Kleding

Kleding is je allerbelangrijkste bescherming tegen de winterse omstandigheden en kou. Een juiste kledingkeuze kan in extreme gevallen levensreddend zijn. In minder extreme gevallen maakt het in elk geval het verschil tussen kou lijden of je comfortabel warm voelen. En welke kleding je ook kiest, het moet in elk geval beschermen tegen drie belangrijke ‘vijanden’: kou, water en wind. Daarnaast versterken deze factoren elkaar ook nog eens: water zorgt voor kou, wind zorgt voor kou en de bescherming tegen kou en wind zorgt potentieel weer voor water (transpiratie). Je kleding zorgt ervoor dat je optimaal beschermd bent tegen alle drie elementen, maar ook niet te veel.

De ervaring leert dat je kledingkeuze moet zijn gebaseerd op de volgende vier stelregels:

1 – Laagjes

Kleed jezelf in laagjes. Beter meerdere dunne laagjes dan weinig dikke. Dit geldt voor alles, dus bovenlijf, onderlijf, maar ook je handen en hoofd. Je kunt best twee paar handschoenen over elkaar aan, of twee mutsen dragen. Dunne synthetische handschoenen zijn tevens handig tijdens het tent opzetten en koken, wat lastig is met dikke wanten.

Elke laag van winterkleding heeft een specifieke eigen functie en is logisch opgebouwd. De binnenste kleding (ondergoed) sluit bij voorkeur nauw aan en voert transpiratievocht door naar de buitenste laagjes. Onderkleding die vocht opneemt is uit den boze. Synthetisch sportondergoed met lange pijpen en lange mouwen is bij koud weer een goede keuze, maar ook dunne mutsen, handschoenen en ondersokken horen tot deze categorie..

De volgende laag is de isolatielaag. Deze bestaat uit dikkere materialen die vooral lucht vasthouden en zo de lichaamswarmte zoveel mogelijk vasthouden. Dit is vooral van belang op het bovenlijf, waar warmte van belang is. Je kunt hier denken aan fleecetruien of vesten, eventueel in twee lagen, bijvoorbeeld een dunne feecetrui met daaroverheen een iets dikker fleecevest. Een fleecebroek voor de benen is alleen bij extreem lage temperaturen prettig. De benen kunnen beter tegen kou dan het bovenlichaam.

De buitenste laag is de beschermingslaag. Deze laag houdt alle weersinvloeden van buiten tegen en moet dus beschermen tegen wind, regen en sneeuw. Het moet echter niet ook de circulatie van binnen uit tegenhouden. Moderne ademende materialen zoals gore-tex zijn daarom het allerbeste. Deze houden water van buiten tegen, maar laten transpiratievocht van binnenuit door naar buiten. Deze laag beschermt het hele lichaam, dus denk ook aan een goede muts (of capuchon), wanten of handschoenen, broek en niet te vergeten goede waterdichte schoenen.

Tijdens wintertochten kan de (gevoels-)temperatuur tijdens een dag enorm verschillen. Als je ’s ochtends uit je tent kruipt is het vaak bitter koud en draag je alle kleding die je hebt. Als je vervolgens je spullen inpakt en met je rugzak gaat lopen, loopt de temperatuur vaak snel op, vooral in de zon. Je kunt de temperatuur dan eenvoudig reguleren door laagjes uit of juist aan te doen.

2 – Blijf droog

Een belangrijke stelregel tijdens wintertochten: zorg dat je droog blijft! Eenmaal nat zal kleding niet snel drogen, ook niet in de zon, en krijg je het snel koud. Deze regel geldt in de sterkste mate voor je voeten. Koude voeten worden in natte schoenen niet snel meer warm.

Droge kleding zorgt er voor dat je warm blijft. Trek daarom na een inspannende wandeling, voordat je gaat eten en slapen, een droog shirt aan en een extra laagje of een extra warme jas (extra donsjack). Eenmaal in de slaapzak is het fijn om ook droge sokken aan te trekken.

 Draag in de sneeuw of in hoog gras goede gamaschen. Deze houden een groot deel van je schoenen droog en zorgen ervoor dat water er niet van bovenaf inloopt. Ook (smelt) water dat van je jas en broek loopt komt zo niet in de schoenen. Gebruik bij voorkeur een ademende stof, maar in elk geval iets dat goed waterdicht is.

3 - Geen katoen

Draag geen 100% katoenen kledingstukken. Katoen is perfect in de tropen, maar funest in de kou. Het neemt veel vocht op, droogt vrijwel niet in de kou en bevriest daarom snel. Gebruik nylon of dralon thermo (sport) ondergoed, fleecetruien, nylon wandelsokken en kunststof waterdichte jassen en broeken. Wol is in principe OK, maar wordt loodzwaar als het eenmaal nat is en droogt minder snel dan synthetische stoffen.

4 - Hou je hoofd koel

Je verliest 30% van de warmte via je hoofd. Bedek je hoofd goed, ook 's nachts in je slaapzak. Hoofddeksels zijn tevens de makkelijkste kledingstukken om je temperatuur mee te reguleren. Muts op, muts af.

Schoenen

Je schoenen dienen 100% waterdicht te zijn. Leer, Gore Tex, kunststof is allemaal prima, als het maar waterdicht is. Een dikke rubberzool is daarnaast ook goed voor isolatie van de koude grond. Eventueel kun je winterbergschoenen of toendralaarzen dragen, als het maar waterdicht is. Denk ook aan bescherming van je enkels. Een hoge B of liever nog B/C of volledig C schoen is in bergachtig gebied aan te bevelen. Oude legerkisten zijn vanwege de dunnere zool niet echt geschikt. Overigens kun je met alle typen (hoge) schoenen op sneeuwschoenen lopen. Zodra je stijgijzers onder doet moet je een B/C of liever nog stijgijzervaste C schoenen hebben. Laat je hierover goed informeren bij een goede buitensportzaak.

Sneeuwschoenen

Een sneeuwschoen is een soort 'tennisracket' die je met riemen onder je bergschoen bindt. Er zit een scharnier bij de teen terwijl de hak meestal los zit. De sneeuwschoen scharniert daardoor tijdens het lopen, net als een langlauf- of tourski. Bij sommige modellen kun je de hak vastzetten, wat onder bepaalde omstandigheden (bijvoorbeeld afdalen) prettig kan zijn.

Waar moet je op letten bij de aanschaf van deze 'tennisrackets' onder je bergschoenen? Ten eerste is het van belang te weten wat voor soort tochten je gaat lopen. Is het veelal vlak met diepe sneeuw, dan zijn lange sneeuwschoenen met een groot draagvermogen prettig. In bergachtig terrein, met minder diepe sneeuw zijn iets kortere, of instelbare sneeuwschoenen met goede ijzeren punten aan de onderzijde het prettigst. Voor het steilste klimwerk zijn speciale 'klim-sneeuwschoenen' te koop, waarbij onder de losse hak een soort verhoging kan worden opgeklapt zodat de sneeuwschoen schuin onder de schoen zit, in de zogenaamde 'stijgstand'. Dit is erg prettig.

Een tweede factor is het gewicht van de gebruiker. Hoe zwaarder de persoon, hoe langer de sneeuwschoen. Denk bij het kopen aan de extra 20 tot 25 kilo die je bij je hebt op rugzaktochten. Ook hier kun je denken aan verstelbare lengten, waarbij je de sneeuwschoen in diepere sneeuw kunt verlengen.

In principe zijn er twee basisvarianten van de sneeuwschoen. Ten eerste de klassieke frame sneeuwschoen, waar het draagvermogen ontstaat door een opgespannen sterk kunststof 'zeil' in een aluminium frame. Daarnaast is er de volledig harde kunststof sneeuwschoen. De vol kunststof varianten zijn iets lichter, en alleen deze varianten bieden verlengstukken voor diepe sneeuw. Ook zijn alleen bij deze typen varianten met vaste hak verkrijgbaar.

Tijdens het lopen heb je geen 'last' van de sneeuwschoenen en het vergt ook geen bijzondere training of gewenning. Je loopt op dezelfde manier als zonder sneeuwschoenen, alleen heb je plots veel meer grip en zak je minder ver weg in de sneeuw. In principe gebruik je voor extra evenwicht altijd skistokken bij het lopen op sneeuwschoenen, al hoeft dit niet persé.

Tenten

De tweede belangrijke bescherming tegen de elementen is de overnachtingsplaats. De keuze van het type overnachtingsplaats hangt natuurlijk af van het soort tocht, maar in dit boekje gaan we uit van een expeditie met tenten.

Niet alle tenten zijn geschikt voor kamperen in de winter. Sterker nog, het overgrote deel van de tenten die je in juli en augustus op de camping in Frankrijk ziet staan zijn beslist ongeschikt voor koude nachten. Voor winterkamperen is het belangrijk dat een tent wordt gemaakt en verkocht als 4-seizoenentent.

Een 4-seizoenentent is speciaal ontworpen voor een hoge isolatiewaarde, stormvastheid en sneeuwvastheid. Daarnaast spelen zaken als bevestigingspunten, speciale haringen, ventilatieopeningen en de dikte/kwaliteit van het materiaal een rol. Lichtgewicht wintertenten zijn altijd van kunstvezel (nylon/polyester) en niet van katoen. De tent bestaat altijd uit twee lagen: een buitentent met aparte binnentent. Tussen deze lagen ontstaat een soort luchtdicht compartiment, dat zorgt voor isolatie. Om de lucht zoveel mogelijk vast te houden heeft een wintertent vaak dichte stoksleuven in plaats van lusjes of haakjes om de binnentent aan de buitentent te bevestigen. Beide lagen bestaan uit dicht materiaal, dus geen binnentent van muggengaas.

Naast isolatiewaarde moet een wintertent ook storm- en sneeuwvast zijn. Om dit te bewerkstelligen worden zeer stevige, maar lichtgewicht aluminium boogstokken gebruikt. Wintertenten hebben vaak ook meer stokken dan zomertenten, zodat een bepaald gewicht aan sneeuw op het dak kan liggen zonder dat de tent inzakt. Tenslotte zitten er veel bevestigingspunten voor scheerlijnen, zodat de tent aan alle kanten (ook in draaiende wind) goed verankerd kan worden tegen stormwinden.

Omdat penharingen vaak moeilijk in slaan zijn (grond is hard bevroren of sneeuw is te zacht) zijn alternatieve haringen een goed idee. Sneeuwharingen – grote aluminium of kunststof hoekprofielen – zijn goed in ondiepe sneeuw, maar je kunt ook denken aan ingegraven zakken gevuld met sneeuw, rotsen, ski's, skistokken of pickels. Je kunt ook sneeuwschoenen onder een hoek in de sneeuw ingraven en aan scheerlijnen bevestigen. Bedenk hierbij wel dat zachte, vochtige sneeuw ’s nachts kan opvriezen tot keiharde ijsklonten, waar je je sneeuwschoenen of skistokken de volgende dag soms moeilijk weer uit krijgt. Als dit alles niet goed lukt kun je de tent ook vastmaken aan een paar rugzakken, die dan ’s nachts gewoon buiten blijven liggen. Koepeltenten hebben meestal maar weinig afspanpunten nodig om toch goed te blijven staan.

In de sneeuw kun je afhankelijk van de situatie besluiten een gat te graven voor je tent of gewoon de sneeuw flink aanstampen totdat een min of meer vlakke plek is ontstaan.

Een ander belangrijk aspect van winterkamperen is ventilatie. De neiging bestaat om alle ritsen en klepjes potdicht te houden om het maar zo warm mogelijk te maken. Maar zodra iedereen in de warme slaapzak ligt trekt de temperatuur vrij snel omlaag, tot maar iets boven de buitentemperatuur. Belangrijkste reden om goed te ventileren is simpelweg zuurstof. De goede isolatie van een 4-seizoenentent kan er bij sneeuwval voor zorgen dat de 'natuurlijke' ventilatie via de open onderkant van het buitendoek dichtsneeuwt en dan kan het flink benauwd worden. Vooral als in de tent gekookt wordt of een gaslamp aanstaat, raakt de zuurstof op een gegeven moment op. Andere reden is condens. Ademlucht, maar ook de brander en gaslamp bevatten veel water dat weg moet kunnen (ook al bevriest het meeste toch wel aan de binnenzijde van de buitentent).

Lichtgewicht wintertenten zijn beslist fors duurder dan de tenten bij de gemiddelde kampeerhal. Dat goedkoop in dit geval echter duurkoop is moge duidelijk zijn. Een goede wintertent gaat bij 2 of 3 weken per jaar gebruik makkelijk 10 jaar mee.

Denk er bij de aanschaf van een tent aan dat binnenruimte om te slapen, eventueel koken (bij voorkeur altijd buiten) en ook lange avonden binnen zitten met een boek, belangrijker is dan bagageruimte. Rugzakken kunnen in de winter net zo goed buiten de tent blijven liggen.

Slaapzakken en matjes

Er zijn grofweg twee belangrijke typen slaapzakken: gevuld met dons of gevuld met kunstvezel. De verschillen hiertussen zijn onderwerp van vele discussies op buitensportforums, zonder overigens een eenduidige conclusie. Waar de een zweert bij dons, komt een ander met de voordelen van kunstvezel.

Dons heeft als groot voordeel dat het licht is en erg klein kan worden opgerold, maar hierbij toch een grote isolatiewaarde biedt. Groot nadeel is echter dat het zijn isolatiewaarde snel verliest als het dons vochtig wordt, en het droogt niet erg snel. Ook biedt het aan de onderzijde weinig isolatie omdat het daar door je lichaamsgewicht wordt platgedrukt. Een goed matje dient voor isolatie aan de onderzijde te zorgen.

Kunstvezels zijn bij een gelijke isolatiewaarde zwaarder en vragen beduidend meer volume in de rugzak dan dons. Dit is gelijk het grootste bezwaar, want ze zijn minder gevoelig voor vocht, drogen sneller dan dons en bieden ook aan de onderzijde enige isolatie - overigens zonder dat dit een goed matje overbodig maakt.

Koop als het mogelijk is een slaapzak met de juiste comforttemperatuur. Deze wordt vaak als een range van temperaturen aangegeven, waarbij gesproken wordt van een minumum, comfort en maximum temperatuur. De comfort temperatuur is hierbij het belangrijkst. Dit is de temperatuur waarbij de slaapzak optimaal comfort en warmte biedt. Deze dient te liggen rond de te verwachten minimumtemperatuur in het kampeergebied. De minimum temperatuur geeft aan tot welke temperatuur nog enige warmte biedt, maar zeker niet meer lekker comfortabel is. Soms staat er ook nog een maximum temperatuur bij. Boven deze temperatuur is de slaapzak te warm. Ook dit is belangrijk, want een te warme slaapzak zorgt voor veel transpiratie, waardoor je het koud krijgt zodra je er uit gaat.

De isolatiewaarde van de slaapzak is nog wel enigszins te beïnvloeden door de kleding die je ’s nachts draagt. Als het onverwacht kouder is dan verwacht dan houdt je gewoon lekker je thermo ondergoed, fleecetrui(en) en sokken aan. Ook een muts is vaak lekker in de winter. Daarnaast kan een extra binnentijk of een lakenzak extra warmte geven, zolang deze niet van katoen is.

Een goed slaapmatje is van groot belang, zeker bij donsslaapzakken. Het matje dient de bevroren ondergrond volledig te isoleren. Het beste matras is een self-inflatable, schuimgevuld matras. Deze dient minimaal zo dik te zijn dat het hele lichaam ‘los’ is van de grond, dus er drukken geen lichaamsdelen (heup, schouders) door het matje tegen de grond. Luchtbedden zijn ongeschikt, omdat alleen lucht niet voldoende isoleert.

Naast een goede slaapmat is ook een isolerende foliedeken of een dunne zilverkleurige ondermat aan te bevelen. Deze weerkaatst de lichaamswarmte enigszins en zorgt voor een nog iets betere isolatie.

Door het contact van het enigszins warme matje met de bevroren grond wordt de onderkant van het matje gedurende de nacht vaak helemaal nat. Deze condens kan niet echt worden voorkomen en hoort bij winterkamperen.

Koken

Warm en energierijk voedsel en drinken is tijdens winterexpedities essentieel voor het comfortabel overleven van de omstandigheden. Koken van maaltijden en water is echter vaak geen pretje, als je bedenkt dat het aan het einde van een tocht vaak donker en koud is, terwijl je ook moe bent van de tocht en graag even lekker wilt uitrusten. Het is desondanks van groot belang om voldoende aandacht te besteden aan goed eten. Je kunt in de planning van een groepstocht besluiten om direct na aankomst op de bestemming van de dag een groepje te laten koken, terwijl de rest van de groep het kamp opbouwt. Hetzelfde kun je doen tijdens het ochtendritueel. Een groepje breekt het kamp af, terwijl anderen voldoende sneeuw smelten voor koffie of thee en om alle flessen voor onderweg te vullen.

Branders en brandstof

In temperaturen op of onder het vriespunt zijn benzine of multifuel branders de beste keuze. Gasbranders – zoals de campinggas branders met de blauwe blikjes – zijn minder geschikt. Butaangas werkt nauwelijks bij temperaturen onder de 5 graden, en ook bij een butaan/propaan mengsel moet je rekening houden met langere kooktijden dan in de zomer.

Een goede benzinebrander werkt uiterst eenvoudig, is niet stuk te krijgen en doet het altijd. Neem wel altijd een onderhoudssetje mee, vooral een doorpriknaaldje (tegenwoordig ingebouwd in een aantal branders). Vooral loodvrije (auto-) benzine veroorzaakt nogal wat roet bij gebruik.

Zorg in de sneeuw voor twee zaken rondom je brander: een windscherm (aluminium) én een onderzetter. De onderzetter zorgt ervoor dat de brander niet te snel wegzakt in sneeuw of bevroren grond. Je kunt speciale onderzet-platen kopen bij je brander, of gewoon een deksel van een pan, een metalen bord of een grote kei gebruiken.

Benzinebranders moeten voor gebruik goed worden voorverwarmd. Je kunt dit doen met benzine, maar dit veroorzaakt veel vuur en rook (nooit in de tent dus!) en bovendien roet. Ook is het slecht voor het milieu. Je kunt daarom ook een klein flesje ethanol gebruiken dat je in de schotel giet en aansteekt. Bij gebruik van meerdere branders kun je nog eenvoudiger de ene brander met de andere opwarmen, gewoon door ze op elkaar te zetten (alleen bij losse brandstoftanks natuurlijk). Deze laatste methode werkt verreweg het best en snelst.

Een goed alternatief voor loodvrije autobenzine is white fuel (ook wel bekend als Coleman Fuel). Je auto doet het hier niet goed op, maar voor koken is het beter geschikt vanwege het ontbreken van allerlei (schadelijke) stoffen die alleen voor een auto belangrijk zijn. Het brandt schoner dan loodvrije benzine (minder roet) en is beter geschikt voor voorverwarmen. Bovendien is het beter voor het (tent-) milieu. White fuel is minder makkelijk verkrijgbaar dan loodvrij, maar bij de meeste buitensportzaken in Nederland en daarbuiten kun je het kopen.

De hoeveelheid mee te nemen brandstof hangt af van veel factoren. Het belangrijkste zijn de omstandigheden: is er vloeibaar water (beekjes) of ben je aangewezen op het smelten van sneeuw en/of ijs? In het laatste geval heb je minstens dubbel zoveel brandstof nodig als in het eerste. Ook geldt: hoe hoger in de bergen, hoe meer brandstof. Maar met ongeveer 50 (minimum) tot 150 (maximum) ml benzine per persoon per dag kom je in de winter een heel eind. Let op: voor gas en ethanol branders gelden andere hoeveelheden, laat je hierover goed voorlichten. Ook geldt dat je beter te veel dan te weinig brandstof bij je kunt hebben, ondanks het gewicht.

Als je sneeuw smelt voor drinkwater, begin dan met een klein beetje water uit je veldfles of smelt eerst een kleine sneeuwbal. Het proces wordt aanzienlijk versneld en kost minder brandstof als er al een beetje water in de pan zit (ook al is het ijskoud water). Hetzelfde geldt voor het smelten van ijs. Laat het water vervolgens direct goed doorkoken om te ontsmetten. Ga vervolgens door om meteen alle thermosflessen te vullen. Na het avondeten vul je de flessen voor de nacht, na het ontbijt voor koffie en voor de flessen onderweg.

Eten en drinken

Goed eten en drinken tijdens wintertochten is van levensbelang. Vergeet je afslankdieet en denk alleen nog maar aan calorieën. Het is zeer waarschijnlijk dat je op een meerdaagse tocht sowieso meer calorieën verbrandt dan dat je binnenkrijgt. Let daarom bij de selectie van je eten vooral op een maximum aan calorieën tegen een zo laag mogelijk gewicht. Een pot pindakaas is zwaar, maar je smeert er honderden crackers mee in en bevat veel meer calorieën dan een pot jam. Daarnaast zijn kaas, vette/droge worst en candybars of energyrepen erg efficiënt en bovendien makkelijk te eten met handschoenen.

Voor je (warme) maaltijden moet je niet alleen letten op calorieën, maar ook op de kooktijd. Maaltijden die lang moeten koken (groenten) zijn minder geschikt. Niet alleen vanwege brandstofverbruik, maar ook omdat je zo kort mogelijk buiten wilt koken. Tijdens het wachten tot je pasta na 15 minuten al-dente is krijg je het behoorlijk koud. Je wilt graag kort koken, snel eten en snel de tent en je slaapzak in. Gevriesdroogde expeditiemaaltijden bij de buitensportzaak zijn om al deze redenen het meest geschikt. Lichtgewicht, hoogcalorisch en er hoeft alleen heet water bij. Een klont boter erdoorheen zorgt er voor dat je het makkelijker kunt doorslikken en vult gelijk je vetgehalte wat aan.

Goed drinken is even belangrijk als voldoende eten. Zeker tijdens bergtochten merk je niet dat je veel vocht verliest en in de kou is een koude slok water niet altijd even comfortabel. Drink echter toch voldoende. Gebruik ook elke gelegenheid om je watervoorraad bij te vullen, bijvoorbeeld bij een waterval of snelstromend beekje, of bij een kraan in een dorp. Elk moment dat er warm water wordt gemaakt voor eten (zowel bij ontbijt, lunch en avondeten) kun je goed alle flessen weer vullen met doorgekookt water.

Om calorieën aan je drinken toe te voegen kun je energiedrink-korrels of poeder (bijvoorbeeld ice-tea korrels) aan het water in je veldfles toevoegen. Dit is ook lekkerder dan gewoon water. Ook kun je een aantal zakjes oploskoffie (of chocolade) bij het warme water in je thermosfles gooien. Kun je bij elke korte pauze een lekkere warme slok koffie drinken.

Serviesgoed en bestek

Bij het kopen of kiezen van borden, bekers en bestek voor wintertochten moet je minimaal aan de volgende twee zaken denken:

1 - Warmtegeleiding. Hoe groter de warmtegeleiding van het materiaal, hoe sneller je eten afkoelt. Een metalen bord zorgt voor snel koud eten, zeker als je je bord of beker af en toe even wilt neerzetten in de sneeuw. Bovendien moet je bij metaal oppassen met blote handen. Voor je het weet zitten je vochtige vingers aan je bord vastgevroren. En helemaal goed uitkijken als je je bord na het eten aflikt! In de winter zijn borden, bekers en bestek van plastic het best.

2 - De mogelijkheid om het goed vast te houden. Dit lijkt overdreven, maar met dikke handschoenen aan is dit lastiger dan je denkt en je wilt je kostbare eten en drinken niet laten vallen. Grote handvaten aan zowel bord als beker zijn daarom erg prettig. Plastic lapmokken en lapborden zijn ideaal vanwege het goede handvat. Een lapbord is daarnaast een goede schep om sneeuw mee te scheppen.

Omgaan met kou

Actief in extreme kou

Door Kees Floor, meteoroloog

Sinds de jaarwisseling van 1996/1997 zijn er in Nederland geen extreem koude dagen meer geweest. Volgens de klimaatmodellen van het KNMI  neemt door klimaatverandering de kans op extreme kou af. Toch kan er nu en in de toekomst nog wel eens een bitter koude dag tussendoor glippen. We krijgen dan vast van meteorologen of de overheid het advies binnen te blijven. Hoe gaan we daar dan mee om? Kunnen we niet naar het werk, komt er geen krant of post, is er geen blauw op straat, moeten we ons rondje joggen annuleren en kruipen we in bed of gaan we ons zitten vervelen op de bank?

‘Nergens voor nodig’, blijkt uit een advies dat het American College of Sports Medicine in november, dus net voor de huidige winter, uitbracht. ‘Iemand in de kou is niet zonder meer een koud iemand’, aldus de opstellers. ‘Kou vormt vrijwel nooit een beletsel om buiten te trainen, wedstrijden te houden, actief te recreëren of zelfs aan het werk te gaan’, zo luidt de conclusie. Postbestellers, bouwvakkers, medewerkers van de plantsoenendienst en politieagenten kunnen die in hun zak steken, ook al blijft buiten werken in een snijdende oostenwind geen pretje. Overigens voegen de Amerikaanse schrijvers van het advies er wel wat voorwaarden aan toe: ‘Betrokkenen en hun coaches of leidinggevenden moeten zich op de hoogte stellen van de verwachte situatie, zich bewust zijn van de risico’s en afhankelijk van gezondheid en conditie de kleding aanpassen en overige maatregelen nemen tegen de kou. Ook moeten sporters en buitenwerkers weten wat hen te doen staat als de omstandigheden verslechteren.’ Daarnaast komen de sportwetenschappers nog met wat aanvullende tips: ‘Kort desnoods je training in. En zorg dat je steeds in de buurt bent van een plek waar je je weer op kunt warmen’.

Veel van deze adviezen passen de Nederlandse mariniers die in het noorden van Noorwegen oefenen in extreme kou, al geruime tijd toe. ‘Maar onze mannen kunnen niet altijd terug naar een beschermde omgeving en zijn vaak dagenlang onderweg’, zegt Friso Amsterdam. ‘Ze zijn dan langdurig buiten met 30 kilo bepakking, een wapen en een slee met tenten, wapens, munitie en voeding’, aldus de kapitein der mariniers. ‘De enige beschutting die er is, zijn de opgezette tenten of de zelfgebouwde iglo’s waarin de temperatuur op nul graden ligt. Iedereen moet precies weten hoe zich te kleden en ervoor zorgen dat hij goed blijft eten en drinken.’ De voeding levert de energie om de verbranding op gang te houden en de lichaamstemperatuur op peil. Het drinken is nodig om het vocht dat tijdens grote inspanning wordt uitgezweet, aan te vullen.

Wanneer is het eigenlijk extreem koud, althans zo koud dat je dit soort adviezen ter harte moet nemen? Amsterdam denkt zelf aan min 10, of beter nog min 20 graden.  Eric Hoeben, die als bedrijfsarts van Arts in Bedrijf, geregeld in vrieshuizen komt, houdt temperaturen van min 10 tot min 15 graden als grens aan. ‘Voor het werken onder die omstandigheden bestaan regels voor rust- en werktijden’, weet hij. ‘Ze gelden als je vier uur per dag of meer in zo’n koude omgeving moet werken en houden in dat je nooit langer dan een uur achtereen in die kou bezig mag zijn. Daarna moet je minstens een half uur op een plek zitten waar het twintig graden warmer is’.

In de bouw gelden voor het al dan niet werken in de kou weer andere getallen. ‘Een bouwvakker mag het werk in de buitenlucht neerleggen als het vriest en de gevoelstemperatuur een waarde heeft van min 6 graden of lager’, lezen we op de website van Vorstverlet Opgelet.

Gevoelstemperatuur

‘Als het nauwelijks waait is de gevoelstemperatuur gelijk aan de heersende luchttemperatuur. Maar bij wat wind of tocht voelt het meteen kouder aan, doordat het lichaam dan meer warmte kwijtraakt’, legt voorlichter Harry Geurts van het KNMI uit. ‘We kunnen dat warmteverlies uitdrukken in een soort gevoelswaarde van de temperatuur; dat is dus die gevoelstemperatuur. Bij windkracht 4 is één graadje vorst al voldoende om een gevoelstemperatuur te krijgen van min 6, waarbij de bouwvakker naar binnen of naar huis mag.’

Zo’n regeling lijkt simpel en eenduidig, maar toch zitten er wat adders onder het gras, blijkt uit de woorden van Oscar Enschedé van Weathernews. Zijn bedrijf verzorgt weerberichten voor de bouwsector. Daarin komen onder andere de gevoelstemperaturen voor, die in de gewone weerberichten ontbreken. ‘We praten altijd achteraf en over standaardomstandigheden’, aldus Enschedé. ‘Zo kunnen we bijvoorbeeld vaststellen dat er een of twee uur geleden volgens de geldende afspraken in Soesterberg  nog net gewerkt mocht worden op anderhalve meter hoogte. Maar hoe zit dat op een bouwlocatie in Bunschoten, waar het terrein opener is en het dus harder waait? Bovendien neemt de wind ook nog eens toe met de hoogte; boven in een flat in aanbouw zal het werk daardoor eerder stilgelegd moeten worden dan op de begane grond. Discussie en onenigheid over al dan niet werken blijft mogelijk’.

Onaangenaam en gevaarlijk

Schaatsers, langlaufers, joggers en andere sporters die uit eigen vrije wil de kou trotseren om hun hobby te beoefenen, hebben aan dit soort regels vermoedelijk geen boodschap. Ook onderzoekers die aan poolexpedities deelnemen of in vrieslaboratoria onderzoek doen naar ijskernen, blijken weinig behoefte te hebben aan regelgeving. Maar voor wie zo z’n boterham moet verdienen - dagelijks in vriescellen of incidenteel in de buitenlucht – ligt dat anders. ‘Werken in de kou is namelijk niet alleen onaangenaam, maar kan ook gevaarlijk zijn’, stelt Hein Daanen, onderzoeker bij TNO en hoogleraar thermofysiologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. 'Eerst is er het onaangename kougevoel; het moment waarop dat begint op te treden, is sterk individueel en cultureel bepaald. Als de temperatuur verder daalt of de kou langer aanhoudt, neemt de handvaardigheid af. De kans op ongevallen neemt daardoor toe en uiteindelijk kunnen er klachten ontstaan in het bewegingsapparaat. Zo bleken bij een onderzoek arbeiders uit koelcellen veel meer gewrichtsklachten te vertonen dan collega’s die hetzelfde werk deden in een gewoon pakhuis.'

Bedrijfsarts Hoeben breidt de klachtenlijst van werkers in vrieshuizen verder uit. ‘Spieren verkrampen bij overgang van warm naar koud en bloedvaten worden stroperiger dan normaal. Dat leidt weer tot acute rugklachten, maagklachten, voorhoofdsholteontsteking, trombose, ja eigenlijk tot alles wat met hart- en vaatziekten te maken heeft. Niet altijd natuurlijk,’ relativeert Hoeben, ‘maar er is wel een verhoogd risico.’

Onderkoeling en bevriezing

Voor de mariniers vormen onderkoeling en bevriezingsverschijnselen de grootste bedreiging. ‘Je hebt frost nip en frost bite’, licht Amsterdam toe. ‘Frost nip is een oppervlakkige bevriezing, waarbij de huid licht verkleurt en hard wordt.’ Frost bite blijkt ernstiger: ‘de huid kleurt donker en begint af te sterven.’

Het eerder genoemde advies van het American College of Sports Medicine bevat wat getallen. Bij luchttemperaturen van min 15 graden is de kans op bevriezing van de huid minder dan vijf procent. Als de gevoelstemperatuur onder de min 27 graden komt, kan de aan de kou blootgestelde huid echter binnen een half uur bevriezen. Bij mensen met een donkere huid ligt de kans op verwondingen door de kou twee tot vier maal hoger dan bij blanken.

Koude oorlog

Om dit soort ‘vorstschade’ voor te zijn, doordringt de kapitein der mariniers zijn mensen dan ook van de gevaren: ‘het klimaat is je grootste vijand; je daartegen te wapenen heeft de eerste prioriteit. Vechten tegen eventuele andere tegenstanders komt op de tweede plaats.’ Als wapen tegen de kou beschikken de mariniers over een standaard arctische uitrusting met meer en beter isolerende kleren, dikkere handschoenen en gezichtsbeschermers. Bij zware inspanning – ‘ook onze mensen verrichten topsport’ - wordt kleding eerder vochtig door zweet, wat vervolgens leidt tot meer afkoeling. Geregeld moet men dan ook andere, droge kleren aantrekken om het lichaam beter in staat te stellen zichzelf op temperatuur te houden.

 ‘Ook in het lichaam zelf is het oorlog’, zegt hoogleraar Daanen. De strijd woedt tussen de kern en de extremiteiten, zoals vingers en tenen. ‘Als de kern te koud dreigt te worden, zet het lichaam als overlevingsstrategie de toevoer van warmte naar de uítstekende lichaamsdelen stop. Daardoor heb je een grotere kans op koudeletsel aan vingers of tenen. Lijfsbehoud is belangrijker dan het ongemak van het missen van een vinger, is kennelijk de achterliggende gedachte.’ Daanen wijst er echter op dat onderkoeling niet altijd tot de dood hoeft te leiden: ‘Onderkoeling is  minder bedreigend dan vaak wordt gedacht. Schrijf iemand die onderkoeld is, niet te gauw af; “je bent pas dood als je warm bent en dood”’, is zijn adagium. Als de lichaamstemperatuur minder dan 35 graden is, spreekt men al van onderkoeling. Er is echter een geval bekend van een vrouw die was afgekoeld tot krap 14ºC, daarbij geen levenstekens meer gaf, maar uiteindelijk na opwarming toch weer volledig herstelde.

Alcohol is in het leger tegenwoordig taboe, maar Daanen kan er nog wel wat over zeggen: ‘Het verlaagt de rilrespons, die lichaamswarmte oplevert, maar verhoogt het comfortgevoel.’ Vandaar zijn advies-met-knipoog voor als je tijdens een expeditie met toch een fles drank op zak,vastzit in de kou: ‘Raak de fles niet aan zolang er nog enige kans is op redding; spreek hem pas aan als er geen enkele hoop meer is op overleven.’

‘Gewoon’ naar buiten

Dat laatste zal niet zo gauw het geval zijn. ‘Extreme kou hoeft geen belemmering te vormen voor lichamelijke activiteit. Daarvan vormen talrijke geslaagde en veilige poolexpedities het bewijs’, stelt het American College of Sports Medicine.’ En die slachtoffers dan, waarover de media elk jaar na een kou-uitval in de Verenigde Staten weer verslag doen? ‘Die vallen vooral onder mensen die onverantwoorde risico's nemen of onder leden van kwetsbare groepen die zich niet tegen de kou kunnen verweren’, zei de door de vele overdrijving in de media getergde Amerikaanse meteoroloog Edwin Kessler al meer dan tien jaar geleden!

Paklijst winterkamperen

Paklijst winterkamperen – sterk aanbevolen items

 Op internetfora wordt er veel geschreven over zaken die je wel of niet moet meenemen op je wintertochten en de meningen hierover verschillen nog wel eens. Uiteraard hangt je bagagekeuze grotendeels af van het soort tocht dat je gaat maken. Onderstaande lijsten gaan uit van een wintertocht van enkele dagen, bij temperaturen onder het vriespunt, maar zonder al te veel sneeuw of het beklimmen van steile hellingen. De lijsten gaan er ook van uit dat je geen materiaal uit de natuur gebruikt, behalve water.

Kampeerartikelen

Kleding en verzorging

Voedsel en bereiding

4-seizoenen tent

Thermo ondershirt (+ reserve)

Pannenset

Extra (sneeuw) haringen

Thermo lange onderbroek

Maatbeker (of lapmok)

Extra scheerlijnen

Dunne fleecetrui/jas

Plastic drinkbeker (lapmok)

Goede slaapzak

Dikkere fleecetrui/jas

Plastic bord (lapmok)

Self-inflatable slaapmatje

Gore Tex (oid) jas

Plastic bestek

Reddingfolie voor onder matje

Gore Tex (oid) broek

Multifunctioneel zakmes/tool

EHBO kit/pijnstillers

Wandelsokken (+ reserve)

Veldfles/thermosfles

Tent reparatieset (incl. stok)

Dunne onderhandschoenen

Benzinebrander

Rugzakregenhoes

Dikkere overhandschoenen/wanten

Voldoende brandstof

Ducttape (voor reparaties)

Waterdichte wandelschoenen

Brander windscherm

Goede kaart en kompas

Bivakmuts + muts

Brander onderplaat (of pan)

Reddingsfolie

Sjaal/das

Aansteker of windproof lucifers

Portemonnee/pasjes

Zonnebril

Brander onderhoudsetje

Paspoort/ID kaart

Ski/sneeuwbril

Ontbijtgranen (just add water)

Hoofdlamp (+ batterijen)

Skistokken

Maaltijden (just add water)

 Afvalzakken

Gamaschen

Cup-a-soup (just add water)

 Plastic tassen voor in rugzak

Tandenborstel/tandpasta

Energydrink poeder (just add water)

Reserve schoenveters 

Zeep en deodorant

Candybars/chocoladerepen

Pen/potlood/papier 

Handdoekje (geen katoen)

Kaas/worstjes

 Veiligheidsspelden

Zonnebrandcreme

Hartkeks en pindakaas

 Fluitje (voor aandacht)

Lippencreme

Koffiepoeder/thee en suikerzakjes

 

Toiletpapier/zakdoekjes

Blikopener/kurketrekker

Paklijst winterkamperen – optioneel

Afhankelijk van het soort tocht en/of persoonlijke voorkeuren zijn er uiteraard nog veel meer zaken die je kunt meeslepen. Veel hangt af van de weers- en terreinomstandigheden, de groepsgrootte, ervaring en hoe ver verwijderd je bent van de bewoonde wereld (en reddingsdiensten). Enkele ideeen:

Kampeerartikelen

Kleding en verzorging

Voedsel en bereiding

Benzine/gaslamp

Sneeuwschoenen (+ stokken)

Instant dessertpoeder

GPS (+ extra batterijen)

Langlauf/toerski’s

(Heup)fles whisky/drank

Camera (+ extra batterijen)

Stijgijzers plus pickel

Speelkaarten (lange avonden)

Mobiele telefoon (opgeladen)

Donsjas (pauze/avond)

 Zout

Klim/groep touw met gordel

Huttensloffen (voor in tent)

 Rookworsten

Lawine zenders/ontvanger

Gewone broek (het is niet altijd koud)

 Snoep/zoutjes/pinda's

Lawinesonde en scheppen

 Waterzuiveringstabletten

 

Schroevendraaiertje

Pet (goed voor in de regen)

 

Waterfilter (bevriest wel snel)

Handwarmers/hotpacks

 

Schoenvet/siliconenspray

 

 

Sneeuwschep

 

 

Lichtgewicht driepootstoeltje

Pulka/bagageslede

 Aan deze lijst kunnen uiteraard geen rechten of claims worden ontleend. Zij is samengesteld op basis van persoonlijke ervaring en pretendeert niet volledig te zijn. Het is van het grootste belang om altijd goed te bedenken wat de omstandigheden zijn en alle materiaal voor vertrek op functioneren te controleren.

Denk er aan dat het goed functioneren van je spullen in extreme situaties van levensbelang kan zijn. Denk dus ook aan goed en regelmatig onderhoud en test zaken als tenten, branders en apparaten met batterijen voor vertrek.

Vliegen met winterkampeeruitrusting

Bij vliegreizen naar je bestemming moet je er aan denken dat je geen brandbare stoffen in het vliegtuig mag meenemen. Je kunt beslist geen brandstof, aanmaakalcohol, aanstekers en dichte brandstofflessen meenemen. Soms is het zelfs lastig om benzinebranders mee te nemen. Zorg er in elk geval voor dat branders helemaal vrij zijn van brandstofgeur en dat flessen met afwasmiddel zijn omgespoeld en helemaal droog en zonder dop in de rugzak gaan.

Denk er bij de keuze van je branders wel aan dat de brandstoffen op je plaats van bestemming verkrijgbaar zijn. In Groenland zul je bijvoorbeeld geen gasblikjes of Coleman fuel kunnen kopen en zul je op loodvrij of wasbenzine moeten koken.

Denk er tenslotte aan dat je bij de meeste luchtvaartmaatschappijen maar 20 kilo als ruimbagage mag meenemen. Stop kleine zware dingen daarom in je handbagage, maar laat messen en andere verboden items in je ruimbagage zitten. Check voor vertrek goed de bagagevoorwaarden van de betreffende maatschappij.