Groenland -- 12 t/m 16 september 2008
IJsberen en Muskus Ossen

Op 12 september vliegen we van Düsseldorf
via Kopenhagen naar Kangerlussuaq in West-Groenland, zo'n 50 kilometer ten
Noorden van de Poolcirkel. Groenland is enkel via Kopenhagen vanuit het
buitenland te bereiken en Air Greenland heeft een (bijna) monopolie op alle
vluchten, wat slecht is voor de ticketprijs...

Kangerlussuaq is een oude Amerikaanse luchtmachtbasis en
nu het belangrijkste internationale vliegveld van Groenland. Er wonen 500 mensen
in dit troosteloze grijze dorp. Het hele dorp ligt direct langs de startbaan van
het vliegveld. Er is een supermarkt, een postkantoor, een kerkje, een hotel, een
sportcentrum, een restaurant en een paar smoezelige bars. Verder wat
faciliteiten voor militairen en wetenschappers. Aan de rand van de nederzetting
begint de wildernis.

Dit bord uit 1958 is de grootste toeristische trekpleister
van het dorp. Nog 3 uur en 15 minuten vliegen naar de Noordpool.

We laten ons per 4x4 naar het eind van de langste weg van
Groenland brengen. Deze weg leidt vanuit Kangerlussuaq naar het 35 kilometer
landinwaarts gelegen Point 660, waar het landijs begint. Dit is het punt waar de
zandweg overgaat in ijs. Het ligt op 660 meter hoogte, vandaar de naam.

De overgang van land naar ijs op Point 660. Grote wallen
van ijs vermengd met puin en zand, overgaand in blank ijs.

'One small step for men, one giant leap for
winterhiking.nl'. De ijskap loopt vanaf hier ononderbroken door tot de Oostkust,
zo'n 1000 kilometer verderop. Het is op dit punt al enkele honderden meters dik
en loopt langzaam omhoog naar het midden, waar het 3 kilometer dik is. Als
alleen deze landijsmassa hier smelt, dan zal de zeespiegel over de hele wereld
met 7 meter stijgen!

Het is een machtig gevoel hier rond te wandelen. Een
woestijn van ijs, onder een lekker najaarszonnetje.

Het is vrijwel altijd mooi weer op de ijskap. De ijsmassa
veroorzaakt gedurende vrijwel het hele jaar een vastliggend hogedrukgebied, wat
de wolken weg houdt. En in de Groenlandse winter wordt het simpelweg te koud
voor neerslag. De lucht is daarom erg droog, wat de kou erg draaglijk en in de
zon zelfs comfortabel houdt. Als er geen wind is is het eigenlijk het perfecte
klimaat voor winterkamperen.

Op verschillende plaatsen zitten er diepe en loodrechte
gaten in het ijs waar water naar beneden stroomt, naar de bodem van de gletscher.
Het is dus zaak heel goed uit te kijken waar je loopt. Het water is hier rond
nul graden en je komt zonder speciale hulpmiddelen nooit uit deze
gletscherspleten.

Smeltwater stroomt over het ijs naar gaten in de ijskap en
slijt mooie vormen uit.

Weer op het vasteland. We wandelen van Point 660 terug
naar Kangerlussuaq. De eerste 18 kilometer van Point 660 naar Russell's Glacier
lopen langs de ijsmassa. Op dit punt grenst het ijs aan een ijsmeer, waar
afgebroken stukken gletscher als ijsbergen ronddrijven. Het water is grijs van
het fijne slib dat onder de gletschers vandaan komt.

Even op de kaart kijken hoever het nog is. De ijskap
torent hoog boven het landschap uit.

De kuststrook van West Groenland, tussen zee en ijs,
bestaat uit lage tot middelhoge oude bergen met daartussenin duizenden kleine
ondiepe meertjes. De meeste van deze meertjes vriezen 's winters tot de bodem
dicht en bevatten daarom nauwelijks leven. Alleen de hele grote meren en
natuurlijk de fjorden zijn diep genoeg om vis te bevatten.

Aan het eind van de middag bereiken we onze eerste
kampeerplek, aan de voet van Russell's Glacier. Dit is een actieve gletscher,
die 25 meter per jaar naar voren schuift en daardoor constant afbrokkelt. Deze
beweging gaat gepaard met luide knallen als vele kubieke meters ijs afbreken en
langs de 40 meter hoge wand in de rivier er onder vallen. We staan er met ons
tentje een veilige 50 meter vanaf, maar worden elke paar uur opgeschrikt door
dit natuurgeweld.

We bouwen onze kampkeuken op om te gaan koken. Zodra de
zon weg is wordt het snel frisser. Op en bij de ijskap is het al snel 5 graden
kouder dan op het vaste land. Zie hier ook (weer) het wolkendek dat precies bij
het ijs ophoudt.

Zo'n uitzicht uit je tentje heb je maar zelden...

Het volledige
Expedition
Factory Groenland-team bij Russell's
Glacier

We staan hier op een klein stukje 'duin', waardoor de tent
binnen de korste keren vol zand zat. Rare plaats voor een strandgevoel. We zien
hier enkele nieuwsgierige poolvossen, zowel in zomer- als in winterkleed (bruin
en wit). Om ze uit de tent te houden hangen we ons voedsel in een tas aan een
hoge rots.

We drinken onze hartversterkers (pas na het eten) met ijs
dat 35 duizend jaar in de vriezer heeft gelegen.

Rond 10 uur 's avonds, net na zonsondergang, genieten we
van een prachtige maansopgang boven de gletscher.

's Ochtends vriest het een graad of 5 en steken we de
brander weer aan voor wat warme ontbijtgranen en koffie.

Vervolgens gaan we de voet van de gletscher van dichtbij
bekijken.

We ontdekken een prachtige ijsgrot. Misschien een
omgevallen of achtergebleven stuk ijs dat is uitgesleten tot een sprookjesachtig
glazen kasteel, waar de zon in vele kleuren doorheen schijnt.



Uitzicht vanuit de ijsgrot op de gletscherwand, zo'n 30
meter verderop.